How do I make my repayments payday loans When should you use our payday loans

Resencies

Wat valt op bij de schilderijen die Ruud Krijnen maakt? De vraag stellen is hem beantwoorden: we zien altijd herkenbare voorstellingen van mensen, steden, bloemen en vooral monumenten. Deze monumenten betreffen veelal standbeelden van mannen, vrouwen of ruiters. De standbeelden zijn monumentaal en refereren aan vroegere tijden waarin de beeldhouwers gebruik maakten van klassieke posen en technieken. Deze beeldhouwers ging het vooral om grote gelijkenis te treffen in het beeld met de uitgebeelde persoon. Die gelijkenis moest wel zo worden gekozen dat de reden voor het maken van een monument moest terugkeren in het standvastige karakter van de afgebeelde persoon.

De overeenkomst met de schilderstijl van Ruud is groot. Ook bij hem draait het om gelijkenis in de zin van innerlijke eigenschappen. Dit zien we terug bij de portretten die hij maakt. Net zoals bij een beeld het licht de oppervlakte streelt, zo speelt in de geschilderde portretten het licht met de huid. De ruimtelijke dimensie, die beelden kenmerkt, zien we terug in de schilderijen. Het is alsof we de geportretteerde rondom kunnen beschouwen. Het portret is levensecht in die zin dat door de ruimtelijke eigenschappen en uitstraling er een soort gevoel van aanwezigheid ontstaat bij de kijker. Het geschilderde portret is verre van vlak en zeker niet eendimensionaal als we letten op het uitgebeelde karakter. Vooral op dit punt herkennen we de meester in het vak: geen 'dood' geschilderde vlakken die kenmerkend kunnen zijn voor de amateur en geen overdreven wedstrijdschilderkunst die hyperrealisten kenmerkt. In de voorstellingen van Ruud zien we een perfect evenwicht tussen rust en dynamiek, licht en schaduw, gelijkenis en levendigheid, expressie en ingetogenheid.

Ruud Krijnen schildert naar de waarneming waardoor zijn werk dicht in de buurt komt van de realisten. Is Ruud een realist? Het antwoord hierop is echter niet zondermeer met een kortbondig "ja" te beantwoorden. Eigenlijk vereist de vraag beantwoorden een onderzoek naar de aard van de waarneming die Ruud praktiseert en naar de wijze waarop hij de waargenomen wereld weergeeft.

De waarneming kan op vele manieren plaatsvinden: je kunt je oog volgen en zonder tussenkomst van enig bewustzijn kijken naar wat je ziet; je kunt 'blind' zien op een wijze waarbij het gevoel als kompas functioneert, en je kunt waarnemen met een soort geestesoog – het derde oog- waarbij de waarneming gevoed wordt vanuit een universeel bewustzijn.

In de kunst zal Realisme als stijl vooral herkend worden wanneer de eerst beschreven vorm van waarnemen aan de orde is. We verwachten bij deze stijl dat de kunstenaar streeft naar een zo'n groot mogelijke gelijkenis bij het weergeven van het gekozen onderwerp. Toch is het begrip aan inflatie onderhevig, want als een kunstenaar echt bij zijn onderwerp blijft, wordt hij al snel een hyperrealist genoemd, zeker als een fijnschilder een éénharig penseel niet schuwt. Met het getrainde oog voor zijn onderwerp zal Ruud zeker het vermogen van een hyperrealist evenaren, maar hij kiest bewust niet voor een weergave in deze stijl. Om zijn vermogen tot verfijning te ontwikkelen maakt hij studies van de oude meesters zoals Terborgh, Drost en Rembrandt. Hij maakt studies van deze voorgangers zonder hun schilderstijl over te nemen. Deze studies zijn oefeningen in het weergeven van lichtval, stofuitdrukking en houdingen.

De essenties van de schilderkunst, en van het Realisme in het bijzonder, betreffen vele onderwerpen. Eeuwenlang draaide het om esthetiek, perspectief, evenwicht in compositie, gelijkenis, kleurgebruik en de juiste keuze van de onderwerpen. Zelfs het idee van de Claritas, het goddelijke licht dat van binnen naar buiten straalt, en vooral in de Middeleeuwen leidraad was voor de schilderkunst, is in latere eeuwen niet geheel losgelaten. Dit is zeker niet het geval bij de kunst van Ruud. Ondanks het gebruik van clair-obscur technieken, waarbij lichteffecten van buitenaf aangebracht worden, streeft hij naar het realiseren van voorstellingen die van binnenuit gaan stralen. Hij moet hierbij tewerk gaan als een magiër die zijn penseel bezweert. Dit was heel goed te zien bij de life sessie met model Eveline. Er waren momenten dat de schilder leek te beschikken over een autonoom penseel die de schilder bij de hand nam.

Hoewel in de Klassieke Oudheid al veel kennis was over het realistisch weergeven van verhoudingen, werd de Renaissance toch ervaren als een nieuwe weg in de schilderkunst. Technieken en inzichten werden verrijkt met kennis over de historie en de plaats van de mens binnen de nieuwe wereldorde in de westerse wereld. Opdrachten kwamen meer en meer van buiten de kerk en de Barok deed al snel zijn intrede. Er kwam een grotere vrijheid voor kunstenaars om zich bezig te houden met individuele expressie. Eeuwen later krijgen we de hoogtijdagen van individuele expressie in de schilderkunst met de periode van de moderne schilderkunst van de laatste decennia. De meest opvallende verandering die moderne kunst kenmerkt is misschien wel het loslaten van gelijkenis die zich beperkt tot het schilderen van slechts de zichtbare buitenkant. In dit opzicht is Ruud dus een ware modernist want ook hem is het te doen om een belevingswaarde die van binnenuit moet komen. Hij laat de uiterlijke gelijkenis niet los, maar zoekt wel naar de innerlijke drive die mensen kenmerkt.

Met de kunst van Ruud wordt dus niet 'slechts' de eeuwenlange periode tussen Barok en Moderne Kunst overbrugd. In zijn oeuvre weerspiegelen zich Leitmototiven uit de Klassieke Oudheid, Middeleeuwen, Renaissance én de Moderne Tijd. Zijn onderwerpkeuze gaat in veel gevallen terug naar de tijd dat de Renaissance overgaat in de Barok. De losse dynamiek die in die tijd in de schilderkunst ontstaat spreekt hem aan en wil de onderwerpen uit die tijd doen herleven, als een soort wedergeboorte, in onze tijd. Het derde oog van Ruud is zich bewust van de ontwikkelingen in de kunst van de moderne tijd, maar ziet ook dat deze geworteld zijn in de geschiedenis. Zijn historische en vakinhoudelijke kennis, die verrijkt zijn met ambachtelijke kennis van de oude meesters, geven hem referentiekaders die zichtbaar doorsijpelen in de wijze waarop hij de gekozen onderwerpen schildert.

Dit geldt evenzeer voor de portretten die hij in opdracht schildert. Hij schildert naar de waarneming en gebruikt tegelijkertijd kennis die uit diepere bronnen op intuïtieve wijze door zijn geestesoog ter beschikking worden gesteld. Als uit één adem lijken de portretten te worden gerealiseerd. Zonder voorstudies, fotomateriaal of meerdere zittingen, creëert de kunstenaar een evenbeeld dat de geportretteerde recht doet in karakter en persoonlijkheid. Het licht wordt geboren in de schaduw; uit het doek verrijst een driedimensionale persoon die in stilte spreekt en aanspreekt. Op het doek verschijnt iemand die blijkt geeft van een persoonlijke geschiedenis met een eigen karakter. Het schilderij spiegelt de geportretteerde als iemand bij wie de ademtocht van het leven zichtbaar is. Het portret is uiteindelijk geschilderd met de zintuigen, met de blinde intuïtie, en met het derde oog.

Het schilderkunstige resultaat is een eigentijdse benadering met de reminiscentie van beproefde tradities. Het diep gevoelde respect voor deze tradities kenschetsen hem als realistisch kunstenaar. Zijn gebruik van intuïtieve kennis en symboliek maken hem tot een magiër die zijn leven in dienst stelt van het zichtbaar maken van het ongekende gekende. De essenties van schoonheid, perspectief, proporties en kleuren zijn hieraan ondergeschikt maar niet te verwaarlozen.

Jan Buizer, galerie Delfi Form